Het traject naar CBE aan de Mississippi State University
Een interview met Alaina Herrington, DNP, RN, FAAN, FSSH, ANEF, CHSE-A, CNOR(E)
Associate Professor of Nursing, Director of Simulation and Clinical Affairs, Mississippi State University
Over Dr. Herrington
Dr. Alaina Herrington is een toonaangevend expert binnen de verpleegkundeducatie, met een indrukwekkende staat van dienst op het gebied van simulatieonderwijs. Ze leidde projecten op staats-, nationaal en internationaal niveau, allemaal gericht op het versterken van het leerproces van studenten. Ze ontwikkelde opleidingsprogramma’s, tools, voorbeelden en cursussen die simulatie-instructeurs helpen groeien en certificeringen behalen. Haar invloed strekt zich uit van onderzoek en mentorschap tot het mede vormgeven van internationale standaarden voor best practices.
Belangrijke bijdragen zijn onder meer een staatsbreed ontwikkelingsprogramma voor simulatiefaculteiten, de Online Accreditation Courses voor de Society for Simulation in Healthcare, en haar rol als bedenker en bijdrager aan de Nursing Edge Blog van de National League for Nursing.
Dr. Herrington: Ik ben Alaina Herrington en ik ben Director of Simulation at Mississippi State University. Ik ben zo enthousiast omdat [we] tot voor kort nooit iets met gezondheidszorg hadden gedaan. Twee jaar geleden zijn we met een opleiding voor arts-assistenten gestart, en nu krijg ik de kans om alles vanaf het begin op de juiste manier op te bouwen.
Dr. Herrington: Wij zijn een volledig nieuw verpleegkundeprogramma. Dat gaf ons de kans om echt vanaf nul te starten. We hebben de nieuwe Essentials als basis genomen en telkens bewust de vraag gesteld: "Wat moet een verpleegkundige écht weten?”
Alles wat niet essentieel was, hebben we niet opgenomen in het curriculum. We richten ons vooral op team-based learning. We gebruiken iRAT‑ en tRAT‑toetsen en we verwachten dat de studenten de theorie al kennen voordat ze naar de les komen. Tijdens de contactmomenten gaan ze vooral toepassen.
We zijn continu bezig met feedback, evaluatie en verbeteringen; elke dag, zelfs in de klas.

Dr. Herrington: [Een van] de uitdagingen die we hebben gehad met de implementatie van CBE is dat veel van onze studenten niet gewend zijn om lagere cijfers te krijgen. Het zijn allemaal A-studenten. Wanneer we uitleggen wat competent, niet competent en bovengemiddeld betekent, proberen we hen duidelijk te maken dat de verwachting niet echt is om boven het competentieniveau te presteren, omdat ze in de bacheloropleiding verpleegkunde zitten.

Dr. Herrington: Wij zetten beoordeling en evaluatie van competenties in door studenten echt tijdige feedback te geven. Elke dag krijgen ze feedback. Zowel in formatieve als summatieve momenten gebruiken we dezelfde rubric die we later ook gebruiken voor hun competentiebeoordeling. Daardoor voelen ze zich heel zeker wanneer ze het moeten afleggen. Er zijn geen ‘verrassingen'. We zijn heel duidelijk en transparant naar hen toe.

Dr. Herrington: Wij gebruiken ATI in ons hele programma. We hebben letterlijk alle ATI-evaluaties geïntegreerd in ons SimCapture-systeem. Dat is erg behulpzaam geweest.
Dr. Herrington: Als ik mensen advies zou moeten geven over het implementeren van CBE‑activiteiten, dan zou ik hen aanraden te beginnen met het einddoel voor ogen. Dat einddoel zijn uw stakeholders, uw partners in het werkveld. Ga naar hen toe om te achterhalen wat hun grootste zorg of behoefte is, zodat u dat kunt meenemen in uw CBE‑onderwijs.

Dr. Herrington: SimCapture is echt een van mijn favoriete dingen die we doen. We introduceren het al op de eerste dag, tijdens de introductie van de studenten. We laten hen de app scannen en installeren op hun telefoon, en we zorgen ervoor dat ze zien hoe ze ermee kunnen werken.
Elke keer dat ze naar het skillslab komen, moeten ze online gaan. Daar zien ze de competentie‑checklist die ze zullen gebruiken, en ze doen telkens een peerreview bij elkaar. Dus als ik de docent ben die die labsessie begeleidt, kan ik online zien waar ze staan, waar ze moeite mee hebben en wie precies vastloopt. Zo kan ik direct naar die student.
We gebruiken het ook om video’s op te nemen. Als een student zich vlak voor een competentiebeoordeling nog niet helemaal zeker voelt, mag hij of zij een zelfevaluatie doen. Ze nemen zichzelf dan op, en de video wordt automatisch naar de docent geüpload. Die kan dan voor de beoordeling nog feedback geven, zodat de student zich meer op zijn gemak voelt.

Dr. Herrington: De data die we via SimCapture krijgen, is echt verbijsterend. SimCapture heeft ons data gegeven waarmee ik aan mensen die nog nooit met simulatie hebben gewerkt duidelijk kan laten zien hoe krachtig simulatie eigenlijk kan zijn.
En toen zagen we ook dat we een probleem hadden met handhygiëne. Dat verwacht je niet. Maar toen we de data bekeken, merkten we dat die met 9% was gedaald. Daar hadden we dus nog werk aan. We hebben die inzichten gebruikt om ons programma te verbeteren.
Wat ik daarnaast zie voor de toekomst van SimCapture, is dat het onze opleiding, ons simulatieprogramma, echt het centrale knooppunt voor de gezondheidszorg maakt. Veel opleidingen op onze hoofdcampus hebben nog nooit met simulatie gewerkt.
Door het simpelweg aan hen te introduceren, te tonen hoe ze de Mobile Camera-optie kunnen gebruiken en hoe ze video’s kunnen uploaden en in hetzelfde systeem kunnen werken, voelen ze meteen de kracht ervan. Het is ook een manier om aan het bestuur te laten zien dat we écht interprofessioneel samenwerken. En dat gaat uiteindelijk helpen om bruggen te slaan en een betere omgeving te creëren voor onze patiënten.