Emotionele barrières bij het uitvoeren van reanimatie door omstanders
Slechts 41,7 procent van de buiten het ziekenhuis optredende hartstilstanden krijgt reanimatie door omstanders.2
Emotionele barrières zoals paniek, gebrek aan zelfvertrouwen, angst om letsel te veroorzaken en de indruk dat het toch geen zin heeft, zijn belangrijke redenen waarom veel getrainde mensen aarzelen om reanimatie door omstanders uit te voeren.3
Paniek en overweldigd voelen
Eén onderzoek vond dat paniek en hysterie voorkwamen bij 20% van de noodoproepen, wat een grote belemmering vormde voor door de centralist ondersteunde reanimatie bij door omstanders waargenomen hartstilstanden.4
Bij een plotselinge hartstilstand kan angst direct pieken. De hartslag stijgt, het denken vertraagt en zelfs iemand die onlangs reanimatie heeft geleerd, kan moeite hebben om de stappen te onthouden. Paniek veroorzaakt aarzeling, en dat kan kostbare seconden kosten.
Gebrek aan zelfvertrouwen
Veel cursisten twijfelen aan hun eigen kunnen. Zetten ze hun handen wel goed neer? Kunnen ze diep genoeg en in het juiste tempo drukken? Zelfs kleine onzekerheid kan ervoor zorgen dat iemand niet in actie komt. Zonder zelfvertrouwen wachten cursisten mogelijk tot iemand anders ingrijpt.
Angst om letsel te veroorzaken
Sommige cursisten maken zich zorgen dat ze de persoon pijn kunnen doen. Zorgen over gebroken ribben, te veel kracht gebruiken of de situatie verergeren komen vaak voor. Zelfs als ze rationeel begrijpen dat niets doen risicovoller is dan handelen, kan angst hen verlammen.
Waargenomen zinloosheid van de situatie
Sommige cursisten aarzelen omdat ze denken dat reanimatie geen verschil zal maken. Ze kunnen het gevoel hebben dat de situatie hopeloos is als het slachtoffer ouder, broos of niet aanspreekbaar lijkt. Deze indruk van zinloosheid kan ervoor zorgen dat iemand niet handelt, nog voordat het begint, zelfs wanneer ingrijpen een leven kan redden.